AMSTELVEEN - Aan de zuidrand van het Amsterdamse Bos, tegen de grens met Aalsmeer, verzamelen zo'n twintig deelnemers zich voor een excursie van de Vogelwerkgroep Amsterdam zich voor een excursie door het Schinkelbos. Het gebied oogt ruig en gevarieerd, met natte graslanden, rietzones, poelen en kleine bospercelen.
Introductie in het veld
Bij aankomst geven Tycho Fokkema en Stephane Mordac een toelichting op het gebied. Mordac telt hier voor Sovon en kent de vogelstand tot in detail.
'De top vier in het gebied zijn de soorten: merel, zanglijster, winterkoning en tjiftjaf', zegt Stephane. 'Samen goed voor circa 110 broedparen. Daarachter volgen zwartkop, fitis en roodborst met samen ongeveer 50 broedparen.'
Eerste waarnemingen
Nog voor de start van de wandeling trekken twee appelvinken de aandacht hoog in de bomen. Een heggemus schiet vlak langs de groep.
Tijdens de tocht klinkt overal de heldere zang van de zanglijster. Vanuit het riet schalt het luide, explosieve geluid van de Cetti's zanger. In een van de poelen duikt een dodaars onder; Stephane noemt vier à vijf broedparen dodaarzen in het gebied. Even verder dobberen kuifeenden, goed voor twee broedparen volgens de ervaren deelnemer.
Zang en beweging
De blauwborst laat zich eerst alleen horen. Op de terugweg laat hij zich zien: een kleurrijke verschijning met uitbundige zang. Een deelnemer wijst op de ontwikkeling van de soort in Nederland, met meer geschikt leefgebied in gebieden als het Schinkelbos. Tijdens de balts stijgt het mannetje op uit het riet, zingt kort en strijkt daarna neer met gespreide staart en vleugels.
Ook de fitis meldt zich. De soort keert in deze periode terug uit overwinteringsgebieden ten zuiden van de Sahara. Een deelnemer legt uit dat de tjiftjaf al eerder arriveert, terwijl de fitis nu ook weer in het gebied klinkt. Groenling en vink vliegen ondertussen heen en weer tussen struiken en bomen.
Sporen van beheer
Langs de route hangt een kast voor een torenvalk. Verderop vallen ook vleermuiskasten op. Achter in het gebied laat de Cetti's zanger zich kort zien tussen de bramen. Even later klinkt de eerste rietzanger van het seizoen.
Aan het einde van de excursie valt nog één naam: de roerdomp. Die blijft buiten beeld, maar past wel bij het natte karakter van het gebied. Zijn karakteristieke geluid klinkt in de verte uit het riet.
Rust en rijkdom
Het Schinkelbos laat zich tijdens de excursie kennen als een soortenrijk en levendig gebied. Zang, beweging en korte ontmoetingen wisselen elkaar in hoog tempo af. Juist de combinatie van rust en variatie geeft deze uithoek van het Amsterdamse Bos een eigen karakter.

11.6 ℃











































